De rechtbank heeft zich vandaag in een bodemprocedure over geluidsoverlast van Schiphol vernietigend uitgelaten over het handelen van de staat. Volgens de rechter worden de normen uit het Luchthavenverkeerbesluit (LVB) al anderhalf decennium niet gehandhaafd.
De rechter vindt dat het huidige LVB binnen twaalf maanden wel moet worden gehandhaafd. Ook moet de staat een vorm van ‘praktische en effectieve rechtsbescherming bieden’ voor alle mensen die ernstige hinder of slaapverstoring ondervinden van het luchtverkeer van en naar Schiphol.
Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens
De rechter is van oordeel dat de staat de belangen van omwonenden stelselmatig niet op de juiste manier meeweegt. Dat is in strijd met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).
De zaak tegen de staat was aangespannen door omwonenden van Schiphol die zich hebben verenigd in de stichting Recht op bescherming tegen vliegtuighinder (RBV). Deze stichting had ook geeist om het aantal vliegtuigbewegingen van en naar Schiphol te reduceren en om aan de regelgeving strengere geluidsnormen ten grondslag te leggen. Dit werd echter door de rechtbank afgewezen. Het oordeel is dat het aan de wetgever is om, na een correcte weging van alle belangen die bij de luchtvaart betrokken zijn, concrete wet- en regelgeving op te stellen.
De hele uitspraak is hier te lezen.
Foto: Vivian Tusveld






