Zoek
Sluit dit zoekvak.

Matthijs den Hollander in podcast Het Verschil: ‘Ik had kritischer kunnen zijn’

In deze rubriek laten we Amstelveners aan het woord die op hun eigen manier het verschil maken en de samenleving kleur geven. In deze podcast Matthijs den Hollander. Hij is zeven jaar lang stadsdichter geweest van Amstelveen en is klaar voor nieuwe stappen.

‘Zeven jaar geleden las ik een oproep. ‘Stadsdichter gezocht’. Ik zag de kop en wist: dat ben ik. Dan heb ik nog meer woorden om te vertellen wat ik wil zeggen, dacht ik. Ik gaf me op, al had ik nog nooit gedichten geschreven. Ik ben wel altijd al een man van woorden geweest. Ik schrijf veel en kom uit een familie van taal, maar had er toch stress over. Ik besprak het met mijn toenmalige vriendin en we besloten ons samen op te geven. ‘Fuck it, we doen het gewoon’, zeiden we tegen elkaar.’

‘Het lukte haar niet om iets op papier te zetten. Mij wel. Ik beschreef een avond die we doormaakten aan de Poel. We hadden wijn gedronken in het dorp, het was nacht, met sterrenhemel en maan, we wandelden richting de Poel en besloten te gaan zwemmen. Dat is onmogelijk en het gebeurde ook niet, maar dat gevoel en de spanning die er tussen ons hing, heb ik beschreven. ‘Die nacht zijn zij niet gesprongen, maar sindsdien is de Poel getuige van hun peilloos diep verlangen.’

‘Ik kwam door de ballotage en werd uitgenodigd voor de verkiezingsavond. Daar kreeg ik weer stress, want de andere kandidaten waren een echte schrijver en een reclameman. Wat doe ik hier, dacht ik. Deze mensen kunnen echt schrijven. Hoe durf ik het in mijn hoofd te halen om mee te doen? Het voelde alsof ik het niet kon maken.’

Publiek

‘Ik heb het toch doorgezet. Ik hou van vertellen, mensen mee te nemen in mijn verhaal. Het stadsdichterschap was voor mij een vorm om te onderzoeken wat ik wil en kan, het gaf me vrijheid en werd een manier om naar buiten te treden, een voorportaal van nieuwe stappen.’

‘De omslag kwam tijdens het voordragen. De reclameman kwam heel verlegen over en ook de andere voordrachten raakten me niet. Ik ging daar staan en toen gebeurde het. Ik voelde het. Ik kreeg er lol in.’

‘Ik hou van publiek en ben wel eens publieksgeil genoemd. Dat doet me pijn. Het gaat niet om mijn ego, maar om wat ik wil vertellen. Ik geniet er wel van en dat mag. Het is voor mij zuiver, zolang mijn verhaal klopt. Dat blijf je je eeuwig afvragen, die onzekerheid speelt altijd een rol.’

Slijmjurk

‘Johan Bos schreef na mijn verkiezing dat niet de beste dichter gewonnen had, maar de beste prater. Ik hou van die man hoor, al is hij wel wat aan de zure kant, maar dat is zijn rol. Ik waardeer hem enorm, want hij heeft toch altijd een beetje gelijk. 

Volgens hem behoor ik tot het koor van slijmjurken, maar ik geloof er heilig in dat je mensen niet verdacht hoeft te maken als je de boel vooruit wil helpen in de stad. Als er dingen aan de kaak moeten worden gesteld, moet je dat natuurlijk doen, ook als stadsdichter. Die heb ik niet gevonden. Misschien had ik er beter naar moeten kijken.’

‘Johan en ik kwamen elkaar wel tegen bij de voedselbank, waar we beiden vrijwilliger zijn, maar we hebben er nooit over gesproken. Hij heeft me geen pijn gedaan, wel aan het denken gezet. Mijn teksten zijn er niet door veranderd. Die moeten uiteindelijk toch over de schoonheid gaan. Ik wilde eigenlijk ook geen vervelende jongen worden.’

‘Nu ik terugkijk op die zeven jaar had ik wellicht soms kritischer kunnen zijn. Over de A9 bijvoorbeeld. Eens in de zoveel jaar komt er een kans voorbij om de koers te verleggen en die hebben we in Amstelveen laten liggen. Er lag een unieke kans om de A9 bij Amstelveen voor een veel groter deel ondergronds te laten gaan, we hadden de stad weer kunnen verbinden en er een nog groenere plek van kunnen maken. Om zestig miljoen hebben we die kans laten lopen en dat is in mijn ogen een grote vergissing geweest. Daar had ik tegenin moeten gaan, maar heb dat niet gedaan. Daar heb ik nu wel spijt van. Als Amstelveen niet durft, blijven we achter de feiten aanlopen.’

Zonsondergang

‘De levenslust heb ik van mijn ouders. Ik had een moeder die bohemien was. Mijn vader minder, daardoor vormden ze een krachtig koppel en is het nooit uit de hand gelopen. Als we gegeten hadden, kon mijn moeder opspringen en roepen: Laat de afwas maar staan, we springen in de auto om in de polder naar de zonsondergang te gaan kijken. Als je mensen om je heen hebt die zo genieten, dan word je daarin meegesleurd.’

‘Mijn vader ging dan met gepaste tegenzin mee. Hij was econoom, to the point en erg gestructureerd. Alles financieel op een rijtje en verantwoordelijk bezig. Daar heb ik niets van. Maar wel het spreken. Hij hield daarvan, net als ik. Toen hij overleed, stuurden we een bericht naar het bataljon waarin hij tijdens de politionele acties in Indië vocht. Over die tijd wisten we niets, maar we kregen een brief terug van een oude strijdmakker, die ons vertelde dat mijn vader in de jungle kerkdiensten organiseerde. Hij zorgde dat de mensen samenkwamen en een mooi ritueel beleefde.Dat vind ik prachtig.’

‘Misschien verwacht je het niet, maar ik heb bedrijfskunde gestudeerd. Business is een goede manier om te aarden en geld verdienen vind ik te gek. Het is mooi om een beloning te krijgen voor wat je doet. Als stadsdichter werd ik veel gevraagd om openingen te doen en dan vroegen ze me wat ik ervoor rekende. Ik durfde nooit een bedrag te noemen, dat komt wel goed, zei ik dan. Nu weet ik dat het krachtiger is om duidelijk te zijn in wat je waard bent.’

Tuin

‘Gedichten komen bij mij op als ik door Amstelveen aan het fietsen ben. Dan fiets ik door Ronde Hoep, op een vroeg uur, als de mistslierten nog laag onderaan de dijk hangen en ik een haas zie wegspringen. Dat zijn momenten die zo vol van schoonheid zijn, dat ik ze verwerkt tot een frase in een gedicht. Zoals ‘Het bestaan is van klatergoud, waarom zijn we anders hier?’ Pas op de dag dat ik het gedicht moet aanleveren, voel ik de stress en rolt het er in een keer uit.

‘De band met Amstelveen is enorm gegroeid, omdat ik in die zeven jaar heb ingezien dat we de tuin zijn van Amsterdam. Dat was vroeger al, toen de rijke kooplui hier naartoe kwamen om de drukte van de stad te ontvluchten. Onze grens liep tot ver in Amsterdam en de stad heeft dat van ons afgesnoept. Amstelveen moest zich terugtrekken in een kleiner gebied en voelde dat zijn identiteit eraan ging. Toen zijn al die parken aangelegd om juist die groene identiteit te benadrukken.’

‘Mijn eerste klus na mijn stadsdichterschap is in een plek die The Garden of Amsterdam heet. Vind je dat niet bijzonder? Dat is toch poëzie.’

Plantaardig

‘Iedere plek waar je gelukkig bent gaat tot je spreken. Amstelveen is maar slaapstad, wordt vaak gezegd. Duik erin en je gaat zien dat het anders is. Amstelveen zit vol poëzie. Ze ligt als het ware voor je voeten te spartelen, maar ik ben toe aan nieuwe stappen. Ik ben veganist en sta voor een plantaardige levensstijl. Met mijn vriendin heb ik een kookstudio in Amsterdam en maken we maaltijdboxen.’

‘Ik had door willen gaan, maar het is tijd voor nieuwe dingen. Het stadsdichterschap kost veel tijd en die wil ik in iets anders leggen. Stop met dierenleed, we vermoorden dagelijks miljoenen dieren en dat is een groot schandaal. Dat zit heel diep, maar ik ga niet met het vingertje wijzen. Ik wil het op een positieve manier brengen, mensen laten zien dat plantaardig eten het lekkerste is wat er is. Zonder te oordelen, want ik heb er vertrouwen in dat de bewustwording groeit en de wereld verandert.’

Advertenties