Zoek
Sluit dit zoekvak.

Tekst toespraak burgemeester Poppens Indiëherdenking Broersepark

In het Broersepark werd maandagavond de traditionele Indiëherdenking gehouden. Deze heeft altijd plaats een dag voor de landelijke herdenking. Burgemeester Tjapko Poppen sprak tijdens de indrukwekkende bijeenkomst. Hieronder staat zijn toespraak:

Toespraak Indië Herdenking 14 augustus, 2023

In april van dit jaar ontmoette ik mevrouw Patricia Tjiook-Liem. Mevrouw Tjiook-Liem woont in Amstelveen, maar werd geboren in Cheribon op West-Java. Haar Chinese familie woonde al generaties lang in Indonesië. Na de Japanse inval in 1942 namen de Japanners het huis en de bedrijven van haar vader in beslag en vluchtte het gezin naar de Chinese wijk in Semarang.

Mevrouw Tjiook-Liem woont sinds 1956 in Nederland. Zij heeft veel onderzoek gedaan en geschreven over de onderbelichte geschiedenis van de Chinezen uit Indonesië in Nederland. Als erkenning daarvoor ontving zij dit voorjaar een onderscheiding. Zij gaf mij haar boek ‘Chinezen uit Indonesië, geschiedenis van een minderheid’, waarin ook de Japanse bezetting en de jaren daarna aan de orde komen. Maar dan vanuit het Chinese perspectief. Een verhaal dat niet eerder was verteld. Ik kom daar zo op terug.

Dames en heren, collega-bestuurders uit de regio, gedeputeerde van de Provincie, vertegenwoordigers van Defensie, vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties, andere aanwezigen, fijn dat wij hier in het Broerse Park bij elkaar zijn om het einde van de Tweede Wereldoorlog in het Koninkrijk der Nederlanden te herdenken. Onze gedachten gaan uit naar álle slachtoffers van de oorlog tegen Japan en de Japanse bezetting van Nederlands-Indië en de roerige jaren daarna. Inmiddels een traditie om dat een dag voor de landelijke herdenking op 15 augustus te doen.

Ik zeg met nadruk alle slachtoffers. Met circa vier miljoen doden was Nederlands-Indië, het huidige Indonesië, een van de zwaarste getroffen landen uit WOII. Het was het land met procentueel het hoogste aantal burgerdoden. Velen stierven van honger, ontbering en ziekte. In de interneringskampen, maar ook buiten de kampen. Naast de Hollanders hebben miljoenen inheemse mensen – denk aan de Romusha’s, Indonesische dwangarbeiders – en andere bevolkingsgroepen zwaar te lijden gehad onder de Japanse bezetting. Het is goed dat daar nu meer erkenning voor komt.

Zo vertelt ook mevrouw Tijook-Liem over het Pontianak-complot in 1943. De beruchte politie van de Japanse marine, de Tokkeitai, liet honderden Indonesische bestuursambtenaren, Chinese handelaren en leden van lokale sultanaatsfamilies in Pontianak, West Borneo, arresteren en daarna zonder enige vorm van proces executeren op verdenking van samenzwering tegen de Japanners. Een samenzwering die nooit is aangetoond. Het betrof voor een groot deel Chinezen. Zij waren in ogen van de Japanners bij voorbaat verdacht om hun vermeende pro-Nederlandse gezindheid en een gewilde prooi om hun geld en bezit. Bovendien was Japan al sinds 1937 in oorlog met China.

Het boek over de familiegeschiedenis van de Chinese Kim A Thjang laat ook de wreedheid van de Japanners zien. Kim A Thjang woont met haar Hollandse man in Bandung op Java als de oorlog uitbreekt. Hij wordt geïnterneerd in het Baroskamp in Tjimahi, zij is zwanger en wordt met de kinderen het huis uitgezet. Als ze een briefje naar haar man in het kamp smokkelt om hem te vertellen dat ze een zoon hebben gekregen, wordt hij gesnapt en afgestraft door de Japanners. Uren staat hij in de felle zon op appèl en wordt hij met de zogenaamde bullepees op zijn hoofd geslagen. Zij moet zich melden bij de gevreesde Kempeitai, de militaire Japanse politie, waar zij samen met andere Chinese en inheemse vrouwen wordt afgeranseld. Een deel van de vrouwen overleeft dat niet. Anderen worden naar het vrouwenkamp in Ambawara gebracht.

Zoals we allemaal weten, bracht het einde van de Tweede Wereldoorlog geen vrede in voormalig Nederlands-Indië. Het was de start van een nieuwe periode van onrust en geweld, met wederom grote aantallen slachtoffers. Veel Hollanders, Indo-Europeanen, Molukkers en andere niet-Indonesische minderheden waren niet welkom in de nieuwerepubliek Indonesië en vertrokken naar het koude, grijze Nederland in de hoop op een beter leven.

Inmiddels gaat het om ruim twee miljoen Nederlanders die een band met voormalig Nederlands-Indië hebben. Iedere familie met een eigen verhaal. Verhalen over oorlog en bezetting, over ontheemding en miskenning. Verhalen die van generatie op generatie worden doorgegeven. Soms met woorden, heel vaak zonder woorden. Nu het langer geleden is, lijken er eindelijk woorden voor te komen. Kinderen uit de eerste naoorlogse generatie konden hun ouders vaak geen vragen over de oorlog stellen, de kleinkinderen wel. Zoals het verhaal van Kim A Thjang dat door haar kleindochter is opgetekend.

Want, wat geef je door aan volgende generaties? De kleinkinderen van mevrouw Tjiook- Liem leerden van hun grootmoeder dat veel in het leven wordt bepaald door onvoorziene gebeurtenissen. Door ‘de wind die je meeneemt’. Zij laat zien dat obstakels kunnen worden overwonnen, als je maar uitgaat van je eigen kracht. Die veerkracht zag je ook bij vele andere mensen die met ‘niets’ in Nederland aankwamen en toch een nieuw bestaan wisten op te bouwen.

Vandaag herdenken wij al deze mensen, erkennen wij hun leed en hun moed. Door hun verhalen te delen worden ze onderdeel van ons gezamenlijke verleden. Een verleden dat nog steeds kan schuren en pijn kan doen, maar dat ons ook verbindt. Want hun verhaal is ook ons verhaal. Daarom moeten we die verhalen, in al hun diversiteit en verscheidenheid, blijven vertellen en doorgeven aan volgende generaties. In de hoop dat ze ooit een plek krijgen waar het minder pijn doet.

Dank u.

Foto: Gemeente Amstelveen

Advertenties

Cookieconsent met Real Cookie Banner